Paul & Linda McCartney – Ram (2012 Reissue)


Wanneer men het heeft over beroemde koppels uit de popmuziek, dan zijn Ike en Tina, Sid en Nancy, Kurt en Courtney of John en Yoko vaak gehoorde namen. Paul en Linda worden vaak onterecht vergeten.

Natuurlijk heeft Linda McCartney altijd in de schaduw gestaan van haar Beatle-echtgenoot, zelfs toen de twee (samen met ex-Moody Blues-lid Denny Laine) in de jaren zeventig succes oogsten met hun band Wings. Nog voor de formatie van Wings, in 1971, brachten de McCartneys echter samen een album uit: Ram.

Zelfs die plaat wordt vaak onterecht enkel aan Paul McCartney toegeschreven, ondanks de Amerikaanse nummer 1-hit die het voortbracht in de vorm van popjuweel Uncle Albert/Admiral Halsey. Ram was in 1971 de directe opvolger van het vorig jaar opnieuw uitgebrachte McCartney en pas in 1980 verscheen soloalbum McCartney II.

Ram werd in hetzelfde jaar nog opgevolgd door Wild Life, het debuut van Wings. Op Ram keert McCartney weer terug naar het rockgeluid van The Beatles, zij het met een speels karakter dat het kwartet aan het einde van de jaren zestig kwijt was geraakt. Liedjes 3 Legs, Ram On en Smile Away zijn daar sterke voorbeelden van.

Corrigeren

Anderzijds durfde Macca na zijn solodebuut nu ook weer lang uitgerekte nummers aan, zoals Monkberry Moon Delight en Long Haired Lady. De heruitgave bevat tevens Another Day (solosingle Paul) en diens B-kant Oh Woman, Oh Why, reeds aanwezig op de cd-uitgave uit 1993. Verderop corrigeert McCartney het verleden.

Zo staat het aanvankelijk aan Wings toegeschreven liedje Little Woman Love nu eindelijk op een officiële uitgave van Ram, waarvoor het eigenlijk opgenomen was. Het nummer eindigde in 1972 immers als B-kantje van de Wings-single Mary Had A Little Lamb en vervolgens als bonustrack op de cd-uitgave van Wild Life.

Weggepoetst

De overige vijf nummers op de dubbel-cd-uitgave van Ram zijn nooit eerder uitgebrachte sessieopnames. Geen uitzonderlijk materiaal overigens, al is de vroege mix van Sunshine Sometime opmerkelijk vanwege de niet volledig weggepoetste leadvocalen op dat nummer, waarin wel de melodielijn te herkennen is.

Voor wie Paul McCartney compleet in de kast wil hebben staan is er nog een uitgave met vier cd’s, met daarop een monomix van Ram en het album Thrillington (instrumentale versie van Ram, in 1977 op elpee verschenen en in 1995 en 2004 op cd). Het is mooi dat de muze en de grote liefde van Sir Paul nu weer even aandacht krijgt.
Door: NU.nl/Pierre Oitmann

Golden Earring na 28 jaar weer op nummer 1

AMSTERDAM – Golden Earring heeft met zijn nieuwe plaat Tits ’N Ass de eerste plek van de Album Top 100 bereikt. Daarmee staan Barry Hay en consorten voor het eerst sinds 28 jaar weer bovenaan de albumlijst.

Dat laatste keer dat de Hagenezen op nummer 1 stonden in de Album Top 100 was in 1984, met het album N.E.W.S., dat tevens de nummer 1-hit When The Lady Smiles voortbracht. Tits ’N Ass is het achtste album van de band op de eerste plek terechtkomt.

.Golden Earring wist in 1970 voor het eerst de koppositie in te nemen. Entertainment Business merkt op dat het akoestische album The Naked Truth uit 1992 nooit de eerste plek van de albumlijst haalde, hoewel het met 300.000 verkochte exemplaren het meest succesvolle album van de rockband is.

Door: NU.nl/Pierre Oitmann

Jan Akkerman en Eric Vloeimans Zaterdag in Bergen op Zoom

Weergaloos ! Er zijn nog kaarten.

10 beste songs van Uriah Heep

Uriah Heep staat op 1 juni op het Highlandsfestival in Amersfoort. Classic Rock Magazine besteed uitgebreid aandacht aan de classic line up van Heep:

Bron: www.classicrockmagazine.com

De classic Uriah Heep line up:

KEN HENSLEYLEE KERSLAKEGARY THAINDAVID BYRONMICK BOX
Dave Ling vooraanstaand rockjournalist heeft 10 essential Uriah Heep songs samengesteld die je allemaal in zijn geheel op deze pagina kan beluisteren.


Dave Ling hier met Mick Box van Uriah Heep

 

 

 

Handpicked by Classic Rock‘s own Dave Ling.

Tracklisting:

The Wizard – Demons and Wizards
Easy Livin’ – Demons and Wizards
Circle Of Hands – Demons and Wizards
Rainbow Demon – Demons and Wizards
Sunrise – The Magicians Birtday
Sweet Lorraine – The Magicians Birthday
Stealin’ – Sweet Freedom
Sweet Freedom – Sweet Freedom
The Easy Road – Wonderworld
Return To Fantasy – Return to Fantasy

Lees Dave Ling’s Uriah Heep verslag in Classic Rock 171 ( ligt nu in de winkels met Slash op the cover).

Joe Bonamassa – Driving Towards The Daylight

Na zijn vorige soloalbum meldt de Amerikaanse bluesrocksnarenplukker Joe Bonamassa zich terug aan het front met het meer eclectische, maar daarom niet minder indrukwekkende Driving Towards The Daylight.

Net als de sterke voorganger Dust Bowl bevat de plaat een half-om-halfmix van eigen nummers en covers, die de virtuoze gitarist niet alleen met zijn spetterende instrumentale werk nieuw leven inblaast, maar ook grotendeels zelf inzingt. De enige uitzondering vormt het slotstuk Too Much Ain’t Enough Love.

Dit nummer wordt van rauwe. gepassioneerde vocalen voorzien door de oorspronkelijke vertolker van deze hit, de voornamelijk in Australië befaamde rockzanger Jimmy Barnes. Het meest opvallende aspect van de schijf is echter de grote variëteit in het daaraan voorafgaande materiaal.

Daarin staan opgepompte versies van de oude blueskrakers Stones In My Passway (Robert Johnson) en Who’s Been Talking? (Howlin’ Wolf) naast Tom Waits’ New Coat Of Paint en Lonely Town Lonely Street van de verafgode soulster Bill Withers.

Vloeiend

In de bewerking van Bonamassa vormt het echter een vloeiend amalgaam, waaraan ook de zelfgepende nummers het nodige bijdragen, vooral de knap opgebouwde opener Dislocated Boy en het meeslepende titelnummer Driving Towards The Daylight.

Enkel het vreemd zoetige Heavenly Soul lijkt niet helemaal op zijn plek op dit album, maar dat is een verwaarloosbare grief afgezet tegen al het prachtige werk dat de frontman hier samen met eminent toetsenist Arlan Schierbaum en vele anderen levert.

Joe Bonamassa staat op 8 juli op North Sea Jazz Festival, Rotterdam.
Door: NU.nl/Wouter de Waal

Beatles steken zebrapad over naar de andere kant

Op de foto zie je de beatles oversteken, naar de andere kant van de straat dan op de alom bekende hoes van Abbey Road. Paul loopt niet meer op blote voeten en rookt geen sigaret. Deze foto ontkracht de Paul is dood verhalen die na het uitkomen van de plaat werden verteld. Hier het verhaal van de fotograaf van destijds:

Scottish photographer, the late Iain MacMillan said of his photograph used on the Abbey Road album cover “I think the reason it became so popular is its simplicity. It’s a very simple, stylised shot. Also it’s a shot people can relate to. It’s a place where people can still walk.”  The ”backwards” photo is one of seven shots taken by MacMillan of The Beatles crossing Abbey Road and is one of 25 printed.It is being sold by a private collector and expected to earn up to £9,000 ($14,300 USD) through Bloomsbury Auctions on May 22nd.

Bill Ward speelt niet met Black Sabbath

AMSTERDAM – Black Sabbath-drummer Bill Ward gaat niet mee op de wereldtoer van de metalband.

De 64-jarige drummer gaf in februari al aan dat hij niet blij was met het contract van het nieuwe album.

Hij zei dat hij niet mee op toer zou gaan als er geen eerlijke overkomst zou worden bereikt, maar ging toch in onderhandeling met de band.

“Ik moet ergens voor staan, ook al is het pijnlijk. Ik moet het doen”, zegt Ward over zijn beslissing definitief niet mee op toer te gaan. Desondanks is de drummer toch door Black Sabbath gevraagd een aantal nummers met de band te spelen op verschillende Engelse festivals.

Pijnlijk

Ward blijft echter bij zijn ‘moeilijke’ beslissing en speelt niet mee. De drummer geeft wel toe dat hij het pijnlijk zou vinden zijn vervanger op het podium te zien. “Ik kan het niet aanzien een andere drummer te zien spelen met Black Sabbath”, schrijft Ward op zijn site.

Hoewel de drummer de komende tijd niet gaat optreden met Ozzy Osbourne, Geezer Butler en Zakk Wylde, staat hij open voor nieuwe onderhandelingen.
Door: Novum

Tjerk Lammers – Dijkdoorbraak

Focus

Het Nederlandse poprepertoire is al veelvuldig gebundeld en in kaart gebracht, telkens met een wisselende insteek. Popjournalist Tjerk Lammers gaat op Dijkdoorbraak opzoek naar belangrijke sleutelmomenten van de nederpop.

Als voormalig perschef bij platenfirma’s, bandmanager en schrijver, kent Tjerk Lammers de Nederlandse muziekwereld als geen ander. Hij noemt dan ook tal van belangrijke ijkpunten in zijn luisterboek Dijkdoorbraak. Maar hoewel hij de jaren vijftig beschrijft, negeert Lammers het decennium vrijwel volledig op de vier cd’s.

Enkel Rock Little Baby Of Mine van Tielman Brothers uit 1958 haalt de selectie; volgens Lammers het officiële startpunt van de rockmuziek in Nederland. Vanaf daar vertrekt hij – via Kom Van Dat Dak Af van Peter Koelewijn (in een Duitse versie), Venus van Shocking Blue en Back Home van Golden Earring – richting Within Temptation.

Onderweg staat Lammers stil bij Nederlandse klassiekers van bands als Brainbox, The Cats, The Motions, Cuby + Blizzards, Het Goede Doel, The Outsiders, George Baker Selection, Kayak, Q65 en Doe Maar. Een paar keer trakteert hij luisteraars op obscure poppareltjes, van onder meer Ivy Green en Ramses Shaffy met Focus.

Accuraat

Waar Lammers op de eerste drie schijfjes een zeer accuraat overzicht schetst van de nederpop tot op dat moment, ontbreekt een hele generatie jonge bands op de laatste schijf. Je verwacht Go Back To The Zoo, Di-Rect, Destine, Miss Montreal, Tim Knol, Bertolf of Marike Jager, maar je krijgt overwegend recent materiaal van oude rotten.

Dat terwijl de laatste twaalf jaar met 29 (van de in totaal 83) tracks wellicht wat oververtegenwoordigd zijn, zeker daar de jaren tachtig en negentig in slechts achttien liedjes worden samengevat. Ook niet alle liveversies hier zijn van belang. Dijkdoorbraak is een adequate samenvatting, maar niet elke inclusie is even relevant.Alquin

In 2013 één Bospopdag Arrow Rockdag?

Beste Rockers,

Styx op Arrow Rock!

Dit is één open oproep aan de organisatoren van Bospop. Volgend jaar, 2013 kan het jaar worden van de terugkomst van het Arrow rock festival. Als is het maar voor een dag. Als Bospop één dag van het festival Classic Rock Vrijdag of Classic Rock Zaterdag noemt met bands als Whitesnake, Riverside, Uriah Heep, Journey, Toto, Foreigner, Deep Purple, Asia Styx , Kansas, enz, dan zijn we terug op aarde. Reageer op dit bericht hieronder. Laten we er voor gaan!

Marley, The Definitive Story

Bron : www.volkskrant.nl
Veel mooier kan het leven van Marley ons niet voorgeschoteld worden 5 Marley, The Definitive Story
We hebben het ons misschien nooit gerealiseerd, maar Bob Marley (1945-1981) was een meester van de verborgen boodschappen. In de documentaire Marley van Kevin Macdonald, over leven en liedwerk van de Jamaicaanse reggaester, worden er nogal wat onthuld.

Zo blijkt het liedje Small Axe uit 1973, waarin een grote boom wordt omgehakt door een kleine bijl, helemaal geen wijze levensles van het type ‘hoogmoed komt voor de val’ te zijn, of een protestlied tegen het Jamaicaanse establishment, zoals altijd werd gedacht.

Small Axe was een rechtstreekse waarschuwing aan het adres van een nieuw conglomeraat van Jamaicaanse platenlabels, genaamd Big Tree. Dat had geen onderdak geboden aan Marleys band The Wailers. Het refrein krijgt ineens een weinig verheffende lading: ‘So if you are the big tree / We are the small axe / Ready to cut you down’.

Een volgende openbaring levert een ontroerend filmfragment op, als de gegoede nazaten van Marleys blanke vader worden geconfronteerd met het lied Corner Stone. Daarin zingt Bob Marley dat een door de bouwer geweigerde steen later de hoeksteen van het huis kan blijken te zijn. Marley zou het lied hebben geschreven na het enige bezoek aan zijn verwekker, die weigerde zijn vaderrol op zich te nemen. Een achterneef en een halfzus tonen zich geschokt door de profetische tekst van het zwarte schaap, gericht aan de blanke kant van zijn familie. ‘Hij heeft gelijk gekregen’, zegt de halfzus. ‘Bob heeft de naam Marley uiteindelijk wereldberoemd gemaakt.’

Zijn we met de nodige scepsis aan Marley begonnen, dan kan die na dit soort scènes overboord. De Schotse regisseur Kevin Macdonald, bekend van de historische films One Day in September en The Last King of Scotland, biedt met Marley nieuwe inkijkjes in het al vele malen in tekst en film gedocumenteerde leven van de mythische zanger.

Alles dachten we al te weten van de man die na zijn dood uitgroeide tot misschien wel de grootste popster van de vorige eeuw, wiens liedjes nog altijd worden gekoesterd op alle continenten en wiens Get Up, Stand Up geldt als eeuwig lijflied van de onderdrukten van deze wereld.

We kenden zijn levensverhaal: de kinderjaren in het gehucht Nine Miles, zijn vertrek naar de achterbuurt Trenchtown in Kingston, de vorming van zijn band The Wailers en zijn gestage verovering van de wereld met betoverende reggae en een weliswaar warrige, maar in het post-hippietijdperk zeer tot de verbeelding sprekende rastafilosofie.

En natuurlijk zijn tragische dood, na een verwaarloosde teeninfectie en een vergeefse behandeling in een Duitse, holistische kliniek. In documentaires als het Britse Caribbean Nights (1988) was zo’n beetje al het beschikbare archiefmateriaal gepasseerd, zagen we fragmenten uit de meest meeslepende liveshows, kwamen familie, vrienden en bekenden aan het woord over de man die over zichzelf nauwelijks iets los liet.

Macdonald heeft al dat werk overgedaan, met gebruikmaking van veelal hetzelfde archiefmateriaal en een aantal dezelfde pratende hoofden. Maar anders dan in vorige Marley-documentaires komen die hoofden in Marley tot leven: zij vertellen het Marley-verhaal, dat ook een beetje over henzelf gaat.

Macdonald heeft zijn hoofdpersonen streng geselecteerd: we luisteren uitvoerig naar Bunny Livingston, jeugdvriend en medeoprichter van The Wailers, naar weduwe Rita Marley, naar zoon Ziggy, dochter Cedella en voormalig Miss World en Marley-minnares Cindy Breakspeare.

Er is in de tweeënhalf uur die Marley duurt, tijd om diep te graven. Zo kan Bunny Livingston herinneringen ophalen aan de begintijd van The Wailers, die als beginnend bandje ‘s nachts oefenden voor een publiek van dem duppies: geesten die rondwaarden op de plaatselijke begraafplaats. ‘Als we daar durfden te spelen, konden we ook een podium aan.’

De held wordt niet gespaard als weduwe Rita, die zich na Marleys dood ontpopte als wreed heerser over diens nalatenschap, wordt gevraagd naar de vele liefdesaffaires van haar man. ‘Ach, zijn missie oversteeg ons liefdesleven.’ Of als dochter Cedella zich uitlaat over de laatste uren van haar vader, toen hij in een ziekenhuis in Miami werd omringd door muziekvrienden en vrouwen: ‘Zelfs toen had ik hem niet even voor mezelf.’

Het geheim van Marley was zijn gedrevenheid en maniakale focus, analyseert Bunny Livingston. ‘Hij zag een weg uit de armoede: zijn gitaar.’ Dat zijn geldingsdrang fanatieke vormen kon aannemen, zien we bij de prachtige opnamen van Marley en een team van vertrouwelingen op het voetbalveld, naast het inmiddels uit de kluiten gewassen Marley-huis, waarin vrouwen overigens geen broeken mochten dragen. We zien Marley als virtuoze voetballer die niets liever deed dan bandleden door de benen spelen en zijn volgelingen onderwerpen aan bijna militaire trainingsschema’s.

De filmmaker Kevin Macdonald weet hoe hij een verhaal moet vertellen, al is dat in Marley nogal lineair, van geboorte tot dood. Archiefbeelden en historische context – zoals het bizarre bezoek van de Ethiopische keizer Haile Selassie aan Jamaica of de straatrellen in Kingston tijdens een politiek moeilijke periode op het eiland – zijn prachtig verweven met de muziek van Marley, tot leven komende krantenknipsels en live-opnamen. Daarbij wordt ons, dankzij weduwe Rita, een intieme blik gegund in de familiealbums: de ansichtkaarten voor Bob in de holistische kliniek, Bob op een kinderfeestje, Bob aan het pielen op de gitaar, op zoek naar een nieuw liedje.

Veel mooier kan het leven van de tot halfgod geworden zanger ons niet worden voorgeschoteld, en gevreesd moet worden dat de ondertitel van de film, The Definitive Story, een ware zal blijken.
(Recensie door Robert van Gijssel, gepubliceerd op 10-05-2012)